Gilden in Loon op Zand

De Heerlijkheid Loon op Zand bestond van oudsher uit twee gedeelten

Venloon werd het Straetskwartier genoemd, omdat het lag aan 's Herenstrate, de heerbaan van Antwerpen naar Heusden en aan de heerbaan van naar Geertruidenberg. De heerbanen kruisten elkaar bij het kasteel, waar het dorp Venloon is ontstaan.
Het Vaartskwartier, was gelegen aan de turfvaart, die Paulus van Haestrecht had laten graven vanuit de veenderijen van Venloon naar 's Hertogenbosch. Langs deze vaart ontstond Kaatsheuvel, dat toen nog geen naam had, doch het Vartskwartier werd genoemd. De Heer van Venloon had bezittingen langs deze vaart, deze bezittingen werden bewoond door zijn horigen. Toen Kaatsheuvel groter werd bleven er banden met de Heer van Venloon bestaan.

Op 24 mei 1269 gaf Hertog Jan aan zijn page Willem van Horne het grondgebied van Venloon (het latere Loon op Zand) met het kasteel in leen. Hertog Jan van Brabant schonk octrooien, privileges en rechtspraak aan de landheer. Hierdoor werd Venloon een beschermd gebied en stelde de bevolking zich onder de hoede van de overheid, wonende op het kasteel. Dit had tot gevolg dat gilden, broederschappen en schutterijen opgericht werden.

Rond 1550 was er spraken van een St. Hubertus-gilde, dat zetelde op het kasteel, Jonker Dirk van Grevenbrouck schonk in 1556 een gouden schakel voor de koningsketting van het gilde. Meer is over dit gilde niet bekend.

In de eerste helft van de 18e eeuw, rond 1733, was er sprake van het bestaan van het Gilde St. Barbara, een gilde met een eigen grondbezit. Van dit gilde waren zowel katholieken als protestanten lid. Het St. Barbara-gilde heeft een moeilijk bestaan gehad, omdat het aan de zijde van de katholieken en de overheid stond, terwijl het zijn altaar in de kerk had te verzorgen. Daarom verdween dit gilde.

Op 24 mei 1784 richtten de katholieken van Venloon het Gilde St. Ambrosius op, om zodoende sterker tegen het protestantisme te staan. Naast het kerkelijk belang en de sociale inslag had men ook een economisch doel voor ogen. Jonker Jan Baptist Verheijen, rentmeester van de Prins van Salm Salm en Judocus Couwenberg, inwoner van het Vaertskwartier, hadden hier de hand in. Men ging over tot de samenbundeling van de bijenhouders op de landerijen en de pachthoeven van het kasteel. De bijenhandel werd aan voorschriften gebonden. Zodat elke imker en elk gildenlid wist wat hij mocht en niet mocht. De registratie van de bijenhandel is vervat in 12 artikelen van het oude reglement. Elk toegetreden lid had de plicht om zijn entreegeld te betalen en moest een "stok" bijen houden. Jaar op jaar werden de bijenstokhouders bijeengeroepen op de gildenvergadering en brachten zij verslag uit van de stond van zaken. Evenals het grondbezit (boomgaarden en heidevelden) varieerde ook het aantal uitgezette korven. Zowel bewoners uit het Straetskwartier als het Vaertskwartier waren bijenhouders en/of nu van het gilde van het Straetskwartier: het Gilde St. Ambrosius.

Ons gilde is nog steeds springlevend

Activiteiten van het gilden
Het gilden is in het bezit van het prachtige complex "In de Bijên-Thuijnen", gelegen aan de Klokkenlaan. Het schiet daar met de handboog op doel en wip. De jeugdige vendeliers oefenen met hun vendels en de tamboers repeteren hun marsen. Voor weer anderen is er gelegenheid het spel jeu de boules te beoefenen. Naast deze sportiviteit zijn de onderlinge sociale contacten van groot belang. De accommodatie wordt regelmatig opengesteld voor belangstellenden, bijvoorbeeld op Koninginnedag, voor bevriende Loonse verenigingen en voor groepjes verstandelijk gehandicapten. In het dorp geeft het gilde acte de présence bij speciale vieringen in de kerk, bij de jaarlijkse dodenherdenking of waar het maar voor gevraagd wordt. Ook buiten Loon op Zand is het gilde actief: het bezoekt bevriende gilden en schutterijen en neemt deel aan gildenfeesten.

Het gilde St. Ambrosius in de toekomst
Het gilde is geen fossiel uit het verleden, integendeel, het heeft vitaliteit, het is actief en het hoopt jong en oud te inspireren. Sportiviteit en broederlijke strijd als vermaak nemen een grote plaats in binnen het gilde. De sociale band tussen de leden is altijd heel sterk geweest: men staat klaar voor elkaar als dat nodig is. Mogelijk is dit een verklaring voor het eeuwenlange bestaan van het gilde. Sinds een aantal jaren kunnen vrouwen volwaardig lid zijn met alle rechten en plichten. Belangrijk is ook het onderhouden, bewaren en openbaar houden van de gildenbezittingen, evenals het in stand houden van tradities, opdat we ze kunnen overdragen aan ons nageslacht.